My Image
My Image
My Image
My Image

Tuininformatie

4 seizoenen
zomer herfst winter lente


ZOMER


Zomer, dat betekent vakantie en lekker veel buiten zijn. Ondertussen zijn de planten en insecten ook hard aan het werk. Planten groeien nu heel hard. Zeker als het warm weer is buiten en er af en toe een lekker buitje valt. Dat vinden wij misschien niet zo leuk maar de planten des te meer.

Niet alleen de planten in de moestuin groeien hard maar ook het onkruid groeit heel erg hard. Dus dat betekent veel onkruid wieden.
Maar let erop dat je het onkruid met wortel en al wegtrekt want anders groeit het zo weer aan.

Het is nu ook de tijd om te oogsten in de moestuin. Elke dag verse groenten en fruit uit de tuin!
Courgette, rode biet, snijbonen, peultjes, sperziebonen, capucijners, kropsla, wortels noem maar op. Maar ook fruit is nu rijp of bijna rijp om te plukken; heerlijke zoete aardbeien, bessen en frambozen en bramen kun je nu plukken.


Oost-Indische kers
Deze plant met bloemen in oranjegele en rozerode tinten, doet het prima tegen bladluis en witte

vlieg. Zowel de blaadjes als de bloemen zijn trouwens eetbaar en kunnen gebruikt worden om rauwkostsalades pit en kleur te geven. De blaadjes smaken wat peperachtig en doen denken aan waterkers. Plant Oost-Indische kers in de buurt van tomaten, aardappelen, wortelen, kolen en bonen.

lavendel Lavendel planten houden mieren en bladluizen op een veilige afstand


Afrikaantjes

De diepgele, oranje en roestbruine afrikaantjes moet je gewoon eens uittesten in de buurt van aardappelen, tomaten, bonen, wortelen en prei. Deze plant bestrijdt door haar geur coloradokevers, draadwormen, witte vliegjes en andere schadelijke insecten.


Goudsbloem
Actief tegen bladluizen, witte vliegjes en aardappelkevers. Zaai goudsbloem rond de bedden maar ook tussen worteltjes, kolen en de diverse soorten sla.



Zonnebloem

De majestueuze zonnebloem trekt vogels aan maar ook bijen en andere grotere insecten die zich op hun beurt weer voeden met kleine schadelijke insecten.





HERFST


Op 21 september begint de herfst, een nieuw seizoen. In het begin van de herfst is het vaak nog heel lekker weer en groeit er nog van alles in de tuin. Ook onkruid, dus in het begin van de herfst moet er ook nog onkruid worden gewied.

Appels en peren zijn rijp en vallen van de bomen, en ook de druiven zijn rijp. Bladeren gaan verkleuren in prachtige herfsttinten.

Een uitgebloeide bloem wordt vaak een soort doosje. Hierin zitten de zaden, de doosjes gaan open wanneer de zaden klaar zijn. Ze zijn dan gedroogd en heel licht, zodat de wind ze kan wegblazen. Bij een bessenstruik groeien de zaden in de bessen. De bessen worden opgegeten door de vogels en deze poepen de zaadjes weer uit. Als de zaden op een goede plek terecht zijn gekomen kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten.

Halverwege de herfst zijn de meeste groenten en fruit geoogst. En is het tijd om de moestuin op te ruimen. Behalve natuurlijk de wintergroenten zoals boerenkool, spruitjes en prei. Die worden alleen maar lekkerder als het gevroren heeft.

De bladeren en stengels van de afgestorven planten gaan op de composthoop daar worden de resten opgegeten door pissebedden en regenwormen. Schimmels doen de rest en binnen een jaar zijn al die bladeren en stengels veranderd in een berg goede grond: compost. Die kan in de lente weer als plantenvoedsel de tuin in.

Pompoenen
In deze tijd van het jaar zijn ook de pompoenen rijp. Je kunt er maskers van maken voor Halloween op 31 oktober of je maakt er heerlijke pompoensoep van. De pompoen is familie van de komkommer en de meloen.


Dahlia's

Dahlia’s bloeien vanaf de zomer tot ver in de herfst. Een paar jaar geleden vonden we de Dahlia nog een ouderwetse plant. Gelukkig is dat nu niet zo: de Dahlia is helemaal hip. Ze zorgen voor maandenlange kleurenpracht.


Appels
Van alle fruit worden appels het meest gegeten. Als vrucht, maar ook als appelsap, appelmoes en verwerkt in taart. Het eten van appels is gezond. En bovenal appels zijn heel erg lekker. Zo heb je ze van knapperig en zuur tot zachter en zoet.


Peren
De peer is qua fruitsoort nauw verwant aan de appel. Grofweg zijn alle peersoorten onder te verdelen in handperen en stoofperen. Handperen hebben een groene kleur met soms een beetje rood. Daarnaast hebben ze vaak een zachte schil die eenvoudig te verwijderen is. Het vruchtvlees van handperen is meestal sappig en zacht. De stoofpeer is net als de handpeer groen, maar de stoofpeer is droog en hard. Alleen na lang koken kan deze gegeten worden.


Druiven
In het najaar kunnen druiven geplukt worden. Je kunt druiven zo eten van de tros of er wijn of rozijnen van maken. Om rozijnen te maken gaan de druiven in een mand en worden eerst goed nat gemaakt. Het water zorgt er voor dat er scheurtjes in de druivenvelletjes komen. De druiven worden heel goed verspreid, zodat ze in de zon snel kunnen drogen. Door de warmte van de zon verdrogen de druiven; langzaam maar zeker verschrompelen en verkleuren ze. En na ongeveer 7 dagen is elke druif een rozijn geworden.


Prei

Prei is een aromatische, pittige groente met lange witte stelen en groen schutblad. Prei behoort tot de lookfamilie waartoe ook ui, bieslook en knoflook behoren. En dat ruik je! Er is winter-, herfst en zomerprei. Winterprei is dikker en steviger en kleurt van grijsgroen tot blauwgroen. Zomer- en herfstprei heeft een lange, dunne schacht met geelgroen blad met een fijne structuur. Deze preisoorten zijn minder lang houdbaar dan winterprei.



WINTER


Op 21 december begint de winter, een nieuw seizoen. Buiten wordt het steeds kouder en sommige dieren gaan in winterslaap. In de tuin zorgen de kou en de donkere dagen ervoor dat ook de planten een tijdje rust nemen. Planten sterven af en veel bomen en struiken zijn nu helemaal kaal.

Struiken die in de winter nog wel blad hebben vallen nu extra op. Zoals de hulst met zijn vuurrode bessen. Maar ook veel naaldbomen blijven groen in de winter. Ook zijn er planten en struiken die bloeien in de winter. Zoals de toverhazelaar die met kleine gele en soms rode bloempjes bloeit. Maar ook de sneeuwklokjes.

Planten in de moestuin die niet afsterven zijn bijvoorbeeld boerenkool, prei en spruiten. Zij blijven ondanks de vorst prachtig groen.

De moestuin spitten in de winter kan alleen als de grond niet bevroren is en niet te nat is. Door het omspitten komt er weer lucht in en de vorst verkruimelt de omgespitte aarde. In het voorjaar is de grond van de moestuin dan helemaal klaar voor een nieuw groeiseizoen.

In de wintermaanden kun je een plan maken voor een nieuwe moestuinindeling voor het nieuwe seizoen. Niet alles kan weer op dezelfde plek. Om ziektes en uitputting van de grond te voorkomen moeten sommige groentes van plaats veranderen. Dit heet wisselteelt.


Cranberries
Rond het jaar 1839 spoelden na een schipbreuk, vaten gevuld met harde rode bessen aan op het strand van Terschelling.
Jutters die dachten dat ze vaten wijn hadden gevonden, waren zeer teleurgesteld toen ze ontdekten dat de inhoud uit zure rode bessen bestond.
De vaten werden in de duinvalleien leeggegooid en zo ontstond een unieke cultuur ver van de bakermat Amerika.
Indianen gebruikten het sap voor behandeling van pijlwonden, het verven van hun kleren en ter bescherming tegen blaasontsteking.
Rond 1900 ontdekten de eilanders dat deze vreemde harde zure bessen enorm veelzijdig zijn en begon men ze te plukken en te eten.

Boerenkool
De Fransen noemen deze groene koolsoort heel toepasselijk: ‘chou frisee’, ofwel kool met krulletjes. De dikke bladeren hebben namelijk krullende rafels aan de uiteinden. De meeste mensen zien boerenkool alleen nog maar kant-en-klaar gesneden in de koeling of de diepvries. Boerenkool heeft een stevige smaak. De pittige koolsmaak wordt minder na de vorstperiode, de boerenkool is dan wat zoeter. De heldergroene kleur geeft de kwaliteit van de boerenkool aan.

Spruitjes
Spruitjes zijn de okselknoppen van de spruitkool. Dit zijn de groenten van de volle grond. Ze staan bekend om hun hoge gehalte aan vitamine C en de mild-bittere koolsmaak. Spruitjes zijn vooral wintergroente en komen voornamelijk uit eigen land.

Witlof
Witlof is de familie van andijvie. Dit is een bladgroente die je in het donker teelt. De afgesneden krop kan je zowel rauw als gekookt eten. Witlof wordt ook wel Brussels lof genoemd. In het eerste jaar teel je de witlofwortelen die zodra ze volgroeid zijn worden geoogst. Vervolgens worden de wortelen bedekt met een laag speciale aarde. In het tweede jaar kan je dan de witlofstronkjes oogsten. Vroeger was witlof erg bitter. De soorten van nu zijn milder. Er bestaat naast witlof ook roodlof.

De winterpeen
Winterpeen of winterwortel is een grote, vlezige wortel met een feloranje kleur. De kern is iets lichter van tint. Winterwortels kun je een paar weken bewaren en zijn daarom altijd handig om in huis te hebben. Rauw en goed gewassen is peen een lekker gezond en knapperig tussendoortje, maar je kunt er ook van alles mee koken, bakken, roerbakken en stoven.



LENTE


Op 21 maart begint de lente, een nieuw seizoen. Buiten wordt het langzaam maar zeker steeds een beetje warmer. Vaste planten komen weer boven de grond en beginnen groen te worden. Ook de knoppen van de bomen en struiken worden steeds dikker en bollen als krokussen en narcissen beginnen te bloeien.

In maart kun je de (moes)tuin lenteklaar maken door alle dode bladeren weg te harken, te schoffelen zodat al het onkruid weg is, daarna te spitten om de grond lekker los te maken. Als je nog geen compost door de grond hebt gespit kun je dat nu nog doen. Planten hebben behalve water ook voedingsstoffen nodig om te groeien en te bloeien. Planten halen voedsel uit mest en compost.

Sommige jonge plantjes kunnen niet zo goed tegen vorst zoals courgette, pompoen en snijbonen. De zaden van deze groenten kun je voorzaaien in kweekbakken en na de ijsheiligen (half mei) als de kans op nachtvorst verdwenen is, buiten planten.

Maar er zijn ook groenten die je in maart en april al in de volle grond kunt zaaien zoals spinazie, wortelen en kropsla. Deze groenten kunnen wel tegen een beetje nachtvorst.

Vanaf half mei kun je suikermaïs, courgette, pompoen maar ook bloemen als goudsbloem, zonnebloem en cosmea buiten zaaien.

Vergeet niet om elke dag te kijken of de plantje water nodig hebben. Als je regenwater opvangt in een regenton hoef je geen drinkwater uit de kraan te gebruiken.


Spinazie
Oorspronkelijk komt spinazie uit Azië. Het is een donkergroene bladgroente met malse blaadjes en een volle smaak. Aan het begin en eind van het jaar is er kleinbladige spinazie die heel goed geschikt is voor gebruik in salades. Vanaf maart is de wat stuggere en grootbladerige spinazie te koop, die wordt meestal gekookt of verwerkt in warme gerechten. Het is een nitraatrijke groente, eet hem daarom niet vaker dan twee keer per week.

Munt

Munt is een kruid bekend vanwege de frisse muntsmaak. Munt groeit van oorsprong in de landen rond de Middellandse zee, maar wordt tegenwoordig gekweekt in de Nederlandse kassen, of gewoon in je eigen moestuin. Munt kun je beter in een pot in de grond zetten, anders staat na een paar jaar je hele tuin vol met munt. De verse muntblaadjes zijn lekker bij zowel fruit- als groentegerechten.

Radijs

Radijs is de wortel van een plantje dat behoort tot de familie van kruisbloemigen. Deze bolle, (meestal) rode wortels worden rauw gegeten met de schil er nog aan. Ze smaken lekker pittig. Je kunt ze verwerken in salade, soep of in aardappelpuree. Vanwege de felrode schil wordt radijs ook vaak gebruikt als decoratie. Nederlandse radijs is heel populair.



Peultjes en doperwten
Peultjes behoren tot de vlinderbloemigen. De peultjes worden zeer jong geoogst. Dan is de schil nog jong en mals. De erwtjes zijn nog maar nauwelijks ontwikkeld. Peultjes zijn heldergroen, plat en knapperig. Zowel de schil als de erwten worden gegeten. Ze hebben een zoete smaak. Peultjes zijn rijk aan vitaminen en mineralen. Ze mogen niet rauw worden gegeten omdat ze van nature een giftige stof bevatten. Door het koken of blancheren wordt deze stof geneutraliseerd.

Doperwten zijn peulvruchten, omdat ze met zo'n 10 stuks tegelijk in een peul groeien. Verse doperwten worden onrijp geoogst en daardoor smaken ze lekker zoet. De suiker in de erwt is dan nog niet omgezet in zetmeel. Verse doperwten zijn er maar heel kort, alleen in de vroege zomer. Het doppen is een tijdrovend karwei

Asperge

De asperge is een bijzonder product. Hoe bijzonder blijkt alleen al uit de vele bijnamen die de asperge kent zoals ‘koningin van de groente', ‘het ‘witte goud', ‘parel van het land'. Als eind maart de zon de aarde voldoende opwarmt (10°C), lopen de stengels uit. Hoe warmer het in 'het bed' wordt, hoe sneller de asperges groeien. Als de temperatuur boven de 25°C komt, groeit een asperge soms wel 10 cm per dag. Zo lang de asperges in de bedden opgroeien, blijven ze roomwit. Zodra ze met hun kopjes naar buiten komen, verandert de kleur. Vanaf half april tot en met St. Jan (24 juni) kan er geoogst worden. Daarna is het officiële seizoen voorbij.


Boekentips;

‘’Mijn eerste moestuin’’ geschreven door Bram Wolthoorn & Roger Klaassen
‘’Met Meester Bert op Ontdekkingstocht door je Tuin’’, geschreven door Bert Ydema en Yvonne de Munck-de Glas
‘’Zelf geoogst’’ geschreven door Marian Flint
‘’VierkanteMetertuin Tuinwerkboekje voor kinderen’’, een product van De Wiltfang

Website tips:
www.mijneerstemoestuin.nl
www.schooltuin.nl
www.onzevierkantemetertuin.nl


My Image